Dossiers - Bezuinigingen [materieel]
Dossier - Materieel - Kazernes - Personeel - Organisatie
Door efficiënter te gaan werken en door geen rekening te houden met de gemeentelijke grenzen, maar met de operationele grenzen, kan het materieel meer strategisch worden ge(her)plaatst.
Proces
Eerder heeft de organisatie al een keer het materieelspreidingsplan willen presenteren. Destijds blokkeerden de gemeenten dit plan, doordat ook de financieringsmethodiek gekoppeld was aan het materieel. Gemeenten die een extra voertuig zouden krijgen, wilde daar niet voor betalen en de gemeenten die minder voertuigen gingen krijgen wilden dan ook minder gaan bijdragen aan de VRR.
Per 1 januari 2010 is de financiering anders geregeld. Gemeenten betalen een vast bedrag per inwoner dat verhoogd kan worden met een risico opslag voor bijzondere objecten in die gemeente. Hierdoor is er vanuit de gemeenten geen financieel bezwaar meer tegen het anders positioneren van het materieel.
Op de bestuurdersconferentie is het plan gepresenteerd en hebben de bestuurders aangegeven hiertegen geen bezwaren te hebben. Vandaar dat de regionaal commandant het plan ook heeft gepresenteerd aan het personeel met de oproep om binnen 14 dagen te komen met inhoudelijke argumenten om het plan eventueel bij te stellen.
Deze input is meegenomen in het Regionaal Management Team (RMT) die hun voorstel hebben voorgelegd aan het Directie Team Beheer (DTB). Het uiteindelijke voorstel is nu verzonden naar het algemeen bestuur van de VRR en zullen dit plan bespreken tijdens een openbare bestuursvergadering op 26 april. Hierna zal het plan worden besproken in de gemeenteraden om uiteindelijk in de bestuursvergadering van juni definitief te worden vastgesteld.

Zoals uit bovenstaande afbeelding blijkt is er een onlosmakelijk verband tussen preventie en repressie. Indien er weinig wordt geïnvesteerd in preventie, zal de repressie toenemen en omgekeerd. Elke regio kan het gewenste basiszorgniveau vaststellen, maar heeft geen invloed op de kwaliteit (preventie) en wel op de kostenkant (repressie).
Het materieelspreidingsplan is een manier om efficiënter te gaan werken en dus te gaan snijden in de kosten van de repressie.
Tankautospuiten (TS)
Het uitgangspunt voor het spreiden van dit type materieel zijn de huidige locaties van de kazernes geweest. Om een operationele kazerne te mogen zijn, moet er minimaal de beschikking zijn over een tankautospuit. De VRR heeft op dit moment 49 kazernes, waarvan er 7 behoren tot de Gazemelijke Brandweer (GB). Omdat de GB een taakstelling heeft richting bedrijven en instellingen, telt deze niet meer voor de operationele dekking. Hierdoor is men gekomen tot het minimale aantal van 42 tankautospuiten.
De vraag blijft voor ons of het aantal van 42 of de genoemde 44 tankautospuiten wel de minimale basis is. Wanneer de rekensom wordt ingevuld volgens het handboek Repressieve brandweerbasiszorg dan komt hier een heel ander aantal uit.
Ook de berekening voor het bepalen van het aantal slagkrachtvoertuigen en reservevoertuigen komt ons nogal onlogisch over. Enkele berekeningen spreken elkaar zelfs tegen of worden anders uitgevoerd dan beschreven.
Een punt dat ons echt zorgen baart, is de positie van de jeugdbrandweer in het geheel. Deze tak van de brandweer heeft al jaren moeite om een echt onderdeel van de brandweer te worden en maakt ook gebruik van de voertuigen van een kazerne. Vaak wordt hiervoor het derde of reserve voertuig gebruikt. Met het saneren van een dusdanige hoeveelheid voertuigen, betekend het ook dat er minder voertuigen beschikbaar zijn voor de jeugdbrandweer. Het spreekwoord: "Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst" wordt hiermee aardig om zeep geholpen.
Daarnaast wordt op deze wijze ook een aardige slag toegebracht aan de motivatie van veel brandweerlieden. Het meedoen aan brandweerwedstrijden wordt steeds lastiger, terwijl dat vaak de motivatie verhoogd en zelfs positief bijdraagt aan de vaardigheden van de deelnemers.
Hulpverleningsvoertuigen (HV)
Een zorgwekkende vondst is het instellen van zogenaamde HV Teams. Deze bestaan uit zes personen en beschikken over een TS en een HV. Gezamenlijk rijden zijn naar het incident, oftewel er gaan brandweertreinen rijden door de stad. Onderweg voor een waterstofzuiger, het brengen van een slangenbrug of wat extra gereedschap. De eenheid moet compleet blijven, want anders is er sprake van springbemanning en dat moest voorkomen worden.
Een ander zorgelijke ontwikkeling die hierbij komt kijken is het schrappen van een aantal formatieplaatsen. In plaats van 8 wordt teruggegaan naar 6.
Een besparing zou gerealiseerd kunnen worden bij dit soort voertuigen door de bemensing zou worden uitgevoerd door Brandweer Vrijwilligers. De opkomsttijd bedraagt 15 minuten, maar het is wel oefen intensief. Hierdoor zal de Brandweer Vrijwilligers wellicht vrijgemaakt moeten worden bij hun hoofdwerkgever en dan zou er een besparing van zo'n 300.000 euro gerealiseerd kunnen worden. Helaas is dit niet meegenomen in de bezuinigingsproblematiek.
Redvoertuigen (AL of HW)
Een redvoertuig kan een autoladder (AL) of hoogwerker (HW) zijn. Het verschil tussen deze twee type redvoertuigen gaat verder dan alleen de benaming. Beiden hebben voor- en nadelen en zijn verschillend inzetbaar en toepasbaar. Een belangrijk gegeven voor deze voertuigen zijn onder andere dat dit ook een vluchtweg is voor de eigen collega's. Een reden waarom het wenselijk is meer van dit soort voertuigen beschikbaar te hebben in de stedelijke omgevingen.
Door de opkomsttijd van dit type voertuig staat op 15 minuten en is niet erg oefen intensief te noemen. Hierdoor zou het goed kunnen dat deze voertuigen worden bemenst door Brandweer Vrijwilligers, hetgeen een besparing zou opleveren van 500.000 euro per voertuig. Helaas is dit niet meegenomen in de bezuinigingsproblematiek.
Schuimblusvoertuigen (SB)
Volgens de berekeningen van de afdeling V&O heeft de regio recht op een aantal voertuigen van het type SB, maar is er uiteindelijk gekozen voor slechts 2. Een hiervan is geplaatst bij de Gezamenlijke Brandweer (GB) en de andere moet worden bemenst door de VRR.
Door de opkomsttijd van dit type voertuig staat op 15 minuten en is niet erg oefen intensief te noemen. Hierdoor zou het goed kunnen dat deze voertuigen worden bemenst door Brandweer Vrijwilligers, hetgeen een besparing zou opleveren van 500.000 euro per voertuig. Helaas is dit niet meegenomen in de bezuinigingsproblematiek.
Waterongevallenvoertuigen (WO)
Door de tekst in het basiszorgniveau aan te passen van het redden van mens en dier in het beredderen van mens en dier mag de opkomsttijd van een WO worden opgerekt naar een half uur, terwijl dat nu nog 15 minuten is. Tevens wordt het door deze tekstuele wijziging mogelijk om van 7 eenheden terug te gaan naar slechts 3.
Haakarmvoertuigen (HA)
In de voorstellen is geen aandacht geweest voor de dit type voertuigen en zijn slechts de posities bepaald aan de hand van het materieelspreidingsplan. Opmerkelijk zijn een aantal verschuivingen die gaan inhouden dat er weer geld geïnvesteerd dient te gaan worden in de opleidingen en geoefendheid, terwijl de eenheid - die een dergelijke taak altijd heeft vervuld - wordt bedankt.
Snelle interventievoertuigen (SIV)
De SIV is niet opgenomen in het materieelspreidingsplan, maar heeft wel een prominente rol gekregen in de bezuinigingsplannen. De directie meent dat veel incidenten ook met een afwijkende voertuigbezetting uitgevoerd kunnen worden. 2 of 4 mensen op een klein voertuig zou een grote besparing opleveren.
Opmerkelijk is hierbij dat de ene keer de Brandweer Vrijwilligers de schuld krijgen van de oplossing met de SIV. Het is lastig om nieuwe Brandweer Vrijwilligers te vinden, hetgeen een maatschappelijke ontwikkeling zou zijn. Ook zijn Brandweer Vrijwilligers traag bij het opkomen naar de kazerne door alle verkeersremmende maatregelen en de toenemende verkeersintensiteit.
Allemaal zaken die opgelost kunnen worden met de juiste aandacht en aanpak. Over het sneller opkomen naar de kazerne hebben wij een nota uitgebracht 'Innoveren in opkomsttijden' met een aantal praktische oplossingen die eenvoudig toepasbaar zijn. Daarnaast heeft de werkgroep 'Werving en selectie' met de ambassadeurs als bewezen dat met de juiste aandacht en aanpak het eenvoudig is om nieuwe groepen potentiële kandidaten warm te maken voor een taak als Brandweer Vrijwilliger. Vele kandidaten hebben de selecties met goed gevolg doorlopen en zijn nu reeds inzetbaar voor de repressieve dienst.
Ook de beroepscollega's krijgen natuurlijk de schuld van deze oplossing. Zij zijn in de afgelopen periode veel meer gaan kosten (als gevolg van FLO en ATB) en het efficiënter organiseren van deze bezetting levert direct geld op. De zogenaamde automaatjes (OMS meldingen) zijn er wel veel in aantal, maar kosten de brandweer niet veel geld. De beroepscollega's die hiervoor worden ingezet, zijn reeds betaald en zijn helemaal vrijgemaakt voor dit soort klussen. Natuurlijk kan dat anders, maar daar hoeft de SIV niet de oplossing voor te zijn.
De vakbonden gezamenlijk hebben in de afgelopen periode de tweekamerleden voorzien van informatie omtrent de SIV. De voertuigbezetting is namelijk een onderdeel van de wettekst en er onstonden allerlei initiatieven in het land met afwijkende voertuigbezettingen en inzetprocedures.
Daarom willen de vakbonden een nieuw goed en wetenschappelijk onderzoek naar de inzetprocedures van de brandweer. Waarom moeten wij bij sommige objecten in 5 minuten ter plaatse zijn en waarop is dat afgestemd? Wat kan preventie hierbij betekenen en wat betekend dit voor de veiligheid van het eigen personeel.
Voorlopig is het lastig om af te wijken van de voertuigbezetting bij prio 1 meldingen en zal het onderzoek binnen afzienbare tijd gaan starten. Uiteraard zullen de vakbonden gezamenlijk dit proces nauwkeurig en nauwlettend gaan volgen.


















